Twee vangnetten
Een back-up is een kopie van je data op een moment in het verleden. Bij een grote storing moet die kopie worden teruggezet. Dit betekent dat systemen weer moeten worden opgebouwd, gecontroleerd en dat applicaties weer worden opgestart. Dat kost wat tijd en dat is prima.
Bij disaster recovery wordt de omgeving continu gerepliceerd naar een tweede locatie, waar de benodigde compute-, storage- en netwerkcapaciteit vooraf is gereserveerd. Er hoeft dus niets te worden teruggezet, want de omgeving wordt opgestart op een tweede locatie. Dit is een kwestie van minuten per VM.
Ook het dataverlies is anders tussen een back-up en disaster recovery. Waar je bij een nachtelijke back-up tot een dag aan data kwijt kunt zijn, gaat het bij replicatie om seconden tot minuten.